Gemeentearchief Peel en Maas

De archiefdienst van de gemeente Peel en Maas heeft de collecties van Helden, Kessel, Maasbree en Meijel en diverse particuliere collecties. De collecties bevinden zich in het Huis van de Gemeente. Bezoek tijdens de openingstijden en alleen op afspraak.

Het archief is ook deelnemer aan culturele erfgoed beeldbank PeelenMaasNet. Op deze beeldbank zijn onze foto’s, films, boeken en persoonsinformatie te vinden. De regionale weekbladen en het krantenarchief zijn ook vanuit PeelenMaasNet doorzoekbaar.

De archiefcollecties vindt u op de website van het Archiefportaal

Archiefinformatie aanvragen

Wilt u een onderdeel van de archiefcollectie bekijken of het archief in het Huis van de Gemeente bezoeken? Dat kunt u via het online formulier archiefinformatie aanvragen.

Archiefinformatie aanvragen

Telefoon

U kunt ook telefonisch een afspraak maken via het Klant Contact Centrum, telefoon 077 306 6666 van maandag t/m donderdag van 8.30 uur tot 17.00 uur en op vrijdag van 08.30 uur tot 12.00 uur. Heeft u andere vragen, stuur een e-mail naar info@peelenmaas.nl.  

Vrijwilligers

Er zijn vrijwilligers actief in het oude archief. Zij werken vooral aan de conservering en verbeterde (digitale) vindbaarheid van archiefdocumenten.

Wilt u ook helpen?

Met hulp van vrijwilligers wordt informatie in foto’s en films vastgelegd in nieuwere zoeksystemen. De informatie wordt daarna digitaal opgeslagen en daardoor sneller en beter beschikbaar. Neem contact op met archivaris Toos Wilms als u wilt meehelpen.

Lees het bezoekersreglement (PDF, 365.3 kB). 

Kosten

Een digitaal document aanvragen is gratis.

Uitgebreid onderzoek

Als uitgebreid onderzoek nodig is, dan laten we u weten dat u zelf onderzoek kunt komen doen. De archiefmedewerkers voeren alleen verplicht onderzoek uit.

Activiteiten

Geschiedenis Peel en Maas

De gemeente Peel en Maas bestaat sinds 1 januari 2010 en wordt gevormd door elf kernen, te weten Baarlo, Beringe, Egchel, Grashoek, Helden, Kessel, Kessel-Eik, Koningslust, Maasbree, Meijel, en Panningen. Deze kernen maakten deel uit van de vier voormalige gemeenten Helden, Kessel, Maasbree en Meijel. De regio wordt (natuurlijk) begrensd door de Peel, de Maas, de A67 en de gemeente Leudal.

Peel en Maas is een bepalende economische speler, profiterend van de kleinschalige en gevarieerde structuur als plattelandsgemeente. De kenmerken van de omgeving en de inwoners, de ligging in de Regio Venlo en de nabijheid van de Technologische Top Regio Zuid Oost Nederland vormen de basis voor een zeer aantrekkelijk woon-, werk- en leefmilieu. Drie principes geven richting aan de ontwikkeling van Peel en Maas: diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing.

Peel en Maas, een nieuwe gemeente

Peel en Maas is een grotere gemeente dan de vier oorspronkelijke: in inwonersaantallen, in grondgebied, et cetera. Een simpele optelsom die leidt tot een forse schaalsprong. Peel en Maas is echter meer dan de som der delen: zij benut de schaalsprong ook voor het maken van een kwaliteitssprong. Kortom, voortbouwen op al aanwezige kwaliteiten!

Door de schaalsprong  ontstaat een grotere diversiteit aan maatschappelijke opgaven. De kwaliteitssprong moet er voor zorgen dat de gemeente deze diversiteit ook krachtig en doelmatig aanpakt. De samenwerking in beleidsvoering die er al was, is doorontwikkeld binnen één bestuurlijke organisatie. In de regio Noord-Limburg is er een speler bijgekomen die zich krachtiger en met meer regie opstelt. Met de perspectievennota krijgt de gemeente Peel en Maas een duidelijke strategische koers mee met een krachtige bestuurlijke visie waarin diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing centraal staan.

Peel en Maas vertrouwt op het zelforganiserend vermogen van inwoners, dorpen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De gemeente staat open voor hun verwachtingen van de dienstverlening zonder daarin de verantwoordelijkheid van inwoners en organisaties voor de kwaliteit van de lokale samenleving uit handen te nemen. Wanneer de collectieve publieke verantwoordelijkheid van Peel en Maas bij kan dragen aan het verbeteren van leven, wonen en werken, stelt Peel en Maas zich ook verantwoord en dienstverlenend op. Lees meer over het ontstaan van de gemeente Peel en Maas (PDF, 141.1 kB).

Mevrouw Wilma Delissen- van Tongerlo is de eerste (vrouwelijke) burgemeester van Peel en Maas. Zij startte haar ambt op 1 oktober 2010.

Wapen

De officiële omschrijving luidt: in sabel een dubbel verbrede golvende paal van zilver, beladen met een ruitenkruis van vijf ruiten van keel. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee parels’. Het gemeentewapen is het exclusieve en formele herkenningsteken van de gemeente, dat wordt gebruikt bij officiële gelegenheden. Het gemeentelogo is het exclusieve en formele herkenningsteken van de gemeentelijke organisatie, dat wordt gebruikt in de dagelijkse uitingen van de gemeente.

Zowel het wapen als het logo zijn beschermd en mogen alleen gebruikt worden door de gemeente.

Het gebruik van het logo door verenigingen, bedrijven of instanties is uitsluitend in overleg met de gemeente toegestaan. Wilt u het logo gebruiken? Stuur uw verzoek naar info@peelenmaas.nl t.a.v. team Communicatie. Verzoeken  om het wapen te gebruiken, moeten schriftelijk ingediend worden bij het college van burgemeester en wethouders.

Wapen gemeente Peel en Maas

Vlag

 Bij raadsbesluit van 5 juli 2011 heeft de gemeenteraad de vlag vastgesteld.

Drie golvende banen, waarvan de hoogten zich verhouden als 1:3:1, zwart, wit en zwart met op de middelste baan een ruitenkruis van vijf rode ruiten.

Vlag gemeente Peel en Maas

Ambtsketen

De nieuwe ambtsketen is ontworpen en gemaakt door Silvrants Edelsmid uit Baarlo. 

De ambtsketen bestaat uit moderne schakels met daaraan een schild met op de voorzijde het gemeentewapen van Peel en Maas en op de achterzijde het rijkswapen.

Ambtsketen

Geschiedenis van Helden

Het is niet precies bekend hoe oud de gemeente is en wat de betekenis van haar naam is. De oudst bekende schriftelijke bronnen dateren van 1144 en 1230, maar het grondgebied van Helden is al veel eerder bewoond geweest, getuige de prehistorische vondsten (ook uit de brons- en ijzertijd). Bovendien duiden de namen Panningen en Beringe op de Frankische tijd (omstreeks 900).

In een oorkonde van 1230 werd door Willem, heer van Horne, het patronaatsrecht van de kerk van Helden geschonken aan de abdij van Averbode. Deze abdij verkreeg hierbij onder andere het recht om de pastoor van Helden te benoemen. Ook verkreeg de abdij belangrijke inkomsten uit de bijbehorende tiendplichtige boerderijen en landerijen.

Wat de naam Helden betreft wordt verwezen naar het woord 'held' -een oude benaming voor moeras en ven- en het woord 'dene', dat nederzetting betekent. Aldus zou de naam Helden verwijzen naar een nederzetting bij een ven of moeras. Nu was er in Helden geen gebrek aan moeras en andere woeste gronden. In 1909 was van de totale oppervlakte van 7000 ha. slechts 2283 ha. in cultuur gebracht.

Wapen, vlag en logo van Helden tot 31 december 2009

Wapen van Helden

Wapen van Helden

In 1867 werd aan Helden een gemeentewapen toegekend, destijds letterlijk omschreven als volgt: zijnde een schild van lazuur, beladen met een naar voren gekeerde St.Lambertus in bisschoppelijk gewaad van goud, houdende in de linkerhand een zwaard en een palmtak, in de rechterhand een bisschopsstaf, alles van goud, het geheel omgeven van het randschrift Gemeentebestuur van Helden (Limburg).

Vlag van Helden

Vlag van Helden

In 1969 werd een gemeentevlag ingesteld, bestaande uit zes grote en zes kleine banen, langs de broekzijde afwisselend in geel en blauw en in de vlucht van blauw en geel. De zes evenhoge banen duiden op de zes kerkdorpen en de zes gehuchten waaruit de gemeente Helden oorspronkelijk bestond. Door de afwisselende kleur van de banen ontstaat een scheidingslijn, die verticaal door de vlag loopt. Deze lijn stelt voor de taal- of dialectgrens welke door de gemeente loopt en aangeeft dat ten noorden van de lijn Weert-Venlo het Brabants-Gelders dialect en ten zuiden hiervan het echte Limburgs dialect gesproken wordt.

Logo van Helden

Logo van Helden tot 31.12.2009

De sierschijf van Helden

Deze unieke schijf is afkomstig uit Thracië (het moderne Bulgarije en Roemenië) en werd gebruikt als sieraad. De sierschijf is gemaakt van zilver en vervolgens verguld. Op fraaie wijze zijn scènes afgebeeld van een man die met verschillende dieren vecht. Het bijzondere en waardevolle object is mogelijk naar Nederland gebracht door Thracische krijgers die deel uitmaakten van de Romeinse legioenen. Maar het sieraad zou ook uit vroeger tijden afkomstig kunnen zijn. De sierschijf is ook te zien in Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, 2311 EW Leiden. Kijk voor meer informatie over de sierschijf op de website van het Rijksmuseum van Oudheden.

Sierschijf van Helden

De Gouden Helm

Meijelnaar Gabriël Smolenaars (in de volksmond Gebbel genoemd), was de vinder van de Gouden Helm in 1910 nabij Helenaveen. Hij woonde in een boerderijtje aan de Molenstraat 53. Hij stootte op één meter diepte op een fonkelende Romeinse officiershelm en wat munten, schoenen en spelden, alles rond 300 gemaakt in de keizerlijke werkplaatsen in Constantinopel. Momenteel is de helm hèt pronkstuk van het Rijksmuseum in Leiden. Gebbel kreeg er in 1910 goed geld voor, maar echt rijk heeft hij zeker niet geleefd. Integendeel, door zijn zware astma was de Meijelse turfsteker vanaf zijn dertigste niet meer in staat om te werken waardoor hij in 1930 op 52-jarige leeftijd totaal verarmd stierf, een vrouw en drie nog kleine kinderen achterlatend.

Het typische boerderijtje werd in 1992 op het nippertje gered van de sloop. Een particulier restaureerde het pand vervolgens op een gave manier en in de gevel is een tekstbord aangebracht, zodat tot in lengte van dagen de herinnering aan 'Gebbel' en zijn mooie helm levend blijft. 

In Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, 2311 EW Leiden is de Gouden Peelhelm: 'feit en fictie' te zien. De Peelhelm is een Romeinse soldatenhelm van verguld zilver uit de periode 319-323 na Christus. Dit topstuk uit de museumcollectie werd honderd jaar geleden in de Brabantse Peel gevonden. Er doen veel verhalen de ronde over de vondst van de helm en hoe die in het moeras is terechtgekomen. Maar wat is er nou echt gebeurd?

Kijk voor meer informatie over de Gouden Helm op de website Rijksmuseum van Oudheden.

De gouden helm

Kernen van de voormalige gemeente Helden

Beringe

Beringe ligt aan het uiteinde van het door Napoleon aangelegde 'Grand Canal du Nord', de huidige Noordervaart. Dit kanaal werd aangelegd als Rijn-Schelde verbinding, maar werd nooit voltooid. De weg (N275) langs de Noordervaart vormt een belangrijke verbinding met Weert en Venlo.

Het industrieterrein Beringe is door deze weg uitstekend ontsloten. Beringe heeft een stedenband met de Beringenaren in Zwitserland, Duitsland, België, Luxemburg. De Stichting heet 5x Beringen internationaal. De handbalvereniging Bevo-Heldia speelt in de eredivisie.

Egchel

Egchel is het kleinste kerkdorp en ligt aan de zuidkant van Helden en tegen Panningen aan. In het geschiedenisboek van Achell tot Egchel van de auteur H. Thiesen is te lezen, dat er diverse oudheidkundige voorwerpen uit de vijfde en achtste eeuw in en rond Egchel zijn gevonden. Het gebied kan dus in de prehistorie een jachtgebied zijn geweest.

Eén van de oudste nog zichtbare sporen uit vroegere tijden is de landweer (verdedigingswal) met restanten op Keuperhei, Egchelheide en Heide. De naam Egchel heeft waarschijnlijk de volgende ontwikkeling doorgemaakt Achtel, Agell, Naichel, Achel, Aechell, Aggel, Eggel, Egchel. In de twintiger jaren werd een eerste poging gedaan om een zelfstandige parochie te worden. In 1948 had Egchel een eigen kerk. Aan de zuidzijde van Egchel ligt een groot gebied, dat in de zestiger jaren door ruilverkaveling zijn huidige vorm kreeg. Egchel staat eveneens bekend om zijn grote tuinbouwbedrijven.

Grashoek

Grashoek ligt temidden van velden en bossen. In 1914 werd hier de eerste school gesticht. Grashoek is letterlijk ontgonnen, omdat de grond toebehoorde aan het peelgebied met veel veen in de bodem. Rond Grashoek liggen uitgebreide land- en tuinbouwgronden. Er liggen veel kassen en veehouderijen.

Helden-Dorp

In Helden-Dorp is de gemeente ontstaan. Op het 'Gerris Greuske' verwijst een bronzen beeld naar deze 'moederschoot'. Het Mariaplein bij de R.K. kerk heet in de volksmond 'de Pool'. Vroeger lag hier een poel waar vee kon worden gedrenkt. Als baken is hier nu een pomp aanwezig. Omdat Helden-Dorp het oudst is, staan hier nog enkele fraaie monumentale huizen.

Helden-Dorp ligt tegen een 800 ha. groot bosgebied aan. Op de camping 'de Heldense Bossen' in het bosgebied is een subtropisch zwembad. Helden vormt met Panningen de dubbelkern.  In Peel en Maas is er geen onderscheid meer tussen Helden en Helden-Dorp. Helden-Dorp gaat verder als Helden. In de volksmond blijft het Dörp.

Koningslust

Koningslust dankt zijn naam aan Petrus de Koning die in 1795 hier grootschalig grond kocht. De zoon van Petrus de Koning bracht Koningslust tot grotere bloei dankzij de stichting van de Congregatie van Broeders van de derde Regel van de H. Franciscus.

Huize Savelberg, een tehuis voor geestelijk gehandicapten, is een belangrijke werkgever in de zorgsector. Koningslust ligt temidden van landschappelijk schoon met veel velden, landbouwgronden en veebedrijven. Ook is de tuinbouw hier tot bloei gekomen.

Panningen

Panningen vormt het centrum van Helden en is de grootste kern. Hier is een goed geoutilleerd winkelcentrum met een regionale functie aanwezig, een cluster van gezondheidsinstellingen en voortgezet onderwijs met een studiehuis. Aan de noordzijde bevindt zich een industrieterrein met circa 40 bedrijven dat nog eens flink is uitgebreid. Bovendien is aan de westelijke rand van het centrum het bedrijvenpark J.F. Kennedylaan gesitueerd. In Panningen ligt verder een modern en vernieuwd overdekt zwembad, een tennishal en een sporthal.

De S.V. Panningen speelt in de hoogste amateurafdeling. Van oudsher stond in Panningen een kapel, vandaar dat in de volksmond Panningen 'Kepèl' wordt genoemd. In 1643 is de kapel gebouwd. Door de toenemende pelgrimage werd de kapel snel uitgebreid. De oude kerk is afgebroken en vervangen door de huidige kerk. Op het Past. Huijbenplein is een kunstwerk te zien, dat de voormalige kapel symboliseert.

Plattegronden

Geschiedenis van Kessel

Kessel is een landelijk gelegen Maasdorp. Het is één van de oudste dorpen langs de Maas, en is ontstaan rond een middeleeuwse wachttoren (10e eeuw).

De handel heeft er van oudsher een belangrijke plaats ingenomen. U vindt dit nog terug in de bijna stedelijke bebouwing in de oude kern (rijks-erkende historische stadskern). Gelegen op de hoge Maasoever bewaart Kessel ook vandaag de dag nog veel van zijn roemrijk verleden. Centraal ligt de machtige burchtruïne die nu nog elke bezoeker imponeert.

Het ontstaansjaar van Kessel is onbekend. De oudste oorkonde waarin Kessel genoemd wordt stamt uit het einde van de elfde eeuw en vermeldt: 'comitis Henrici de Casle' oftewel graaf Hendrik van Kessel. In 1235 was er in ieder geval een dorp Kessel want dan is in een oorkonde sprake van Hermannus, priester in Kessel en in 1236 wordt in de parochiekerk een altaar gesticht door graaf Hendrik IV van Kessel.

Een akte van 11 november 1312 verleent Kessel stadsrechten, maar het is de vraag of deze stadsrechten ooit tot gelding zijn gekomen. Schepenbank Kessel wordt voor het eerst genoemd in 1363. In dat jaar bestaat er dus zeker een dorpsgemeenschap.

Vanaf 1 januari 2010 is Kessel geen zelfstandige gemeente meer. De dorpen Kessel (PDF, 205.6 kB)en Kessel-Eik (PDF, 162.1 kB) worden kernen van de gemeente Peel en Maas.

Logo gemeente Kessel

Vlag gemeente Kessel

De omschrijving van de gemeentevlag is als volgt: Een witte vlag met - geplaatst op de scheiding van broeking en vlucht - een blauwe heraldische lelie als attribuut van de moeder Gods, met een hoogte gelijk aan 10/11 van de vlaghoogte en daar overheen en gedeeltelijk onder het rode embleem van het gemeentewapen gevormd door 5 rode ruiten, geplaatst 1-3-1, met een hoogte gelijk aan 4/5 van de vlaghoogte en op de middelste ruit, een gele antieke Duitse gravenkroon van 5 bladen en 4 witte parels.

 Wapen gemeente Kessel

De omschrijving van het gemeentewapen (staande achter het schild) is als volgt: gedeeld, rechts in zilver een ruiten-kruis van vijf ruiten van keel (Kessel); links in keel de H. Maagd, met het kind Jezus op den linkerarm en met de rechterhand een scepter van goud vasthoudende; aangezicht en handen van natuurlijke kleur, sluier en kleed van lazuur, aan den hals afgezet met goud, het hoofd gekroond en omgeven door een nimbus van goud; het kind met aangezicht en handen van natuurlijke kleur met een kleed van zilver, aan den hals afgezet van goud, dragend in de linkerhand den wereldbol, en de rechter opgeheven houdende, het hoofd omgeven door een nimbus van goud.

Kasteel de Keverberg

Het kasteel ligt op een kunstmatige heuvel aan de Maas in Kessel. Op deze heuvel bouwde men rond het jaar 1000 aanvankelijk een houten versterking (een motte).

Het doel was het scheepvaartverkeer op de rivier te controleren en tol te heffen. Een eeuw later werd deze versterking vervangen door een vrijwel vierkante, stenen woontoren.

De muren waren ongeveer 2 meter dik en opgetrokken uit ijzeroersteen met een kern van maaskiezel en kalkmortel. De afmetingen waren ongeveer vijftien bij vijftien meter. De eerste graaf van Kessel, Hendrik I, was waarschijnlijk de bouwer van de eerste woontoren.

Kijk voor meer informatie over Kasteel de Keverberg op de website van Kasteel de Keverberg.

Kasteel De Keverberg   

Volkslied

In juni 2006 heeft de gemeenteraad van Kessel 'Mien Dörp' gekozen tot officieel volkslied van de gemeente Kessel.

Lees de volledige tekst van het volkslied (PDF, 198.6 kB).

Geschiedenis van Maasbree

In 1793 kwamen de Franse legers ook in onze streken ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ brengen. Zij belegerden Venlo, maar konden deze stad niet innemen. Na de nederlaag bij Neerwinden (in de nabijheid van Leuven) op 18 maart 1793 moesten zij de door hen veroverde gebieden verlaten. Een jaar later keerden zij echter terug en bezetten onze streken.

Een geheel nieuwe bestuursorganisatie kwam tot stand. Het land werd verdeeld in departementen, arrondissementen en kantons. De gemeente Maasbree behoorde tot het kanton Horst, het arrondissement Kleve en het departement van de Roer. Gemeenten met minder dan 5000 inwoners werden bij elkaar gevoegd tot één ‘mairie’. Blerick, Baarlo en Bree vormden samen de Mairie de Bree (later Maasbree genoemd). Het bestuur bestond uit een ‘maire’ (burgemeester), een of meer ‘adjoints’ en een ‘conceil municipal’ (gemeenteraad).

Er deden zich meer veranderingen voor. Zo verloren adel en geestelijkheid hun rechten, maar voor de gewone man veranderde er weinig of niets ten goede. De belastingen en leveranties aan het Franse leger waren schrikbarend hoog en in veel gezinnen heerste angst en onzekerheid over het lot van zoons of broers, die gedwongen dienst moesten nemen in het Franse leger en van wie er verschillenden nooit naar huis zijn teruggekeerd.

Aan de Franse overheersing hebben we o.a. de burgerlijke stand, het kadaster, het burgerlijk wetboek en de dienstplicht overgehouden. Vooral dat laatste hebben de mensen altijd heel erg gevonden, zeker omdat de dienstplicht in die tijd vijf jaar bedroeg. Door het lot werd bepaald, of je tot de ‘slachtoffers’ behoorde. De welgestelden konden de dienstplicht afkopen door een vervanger in hun plaats te laten gaan, maar de gewone man had daar de middelen niet voor.

In 1814 kwam er aan het Franse bewind een einde en een jaar later werd het oude hertogdom Gelre bij het Koninkrijk der Nederlanden gevoegd. Tijdens de Belgische Opstand (1830-1839) hoorden onze streken bij België, maar daarna werden we, als Hertogdom Limburg, weer Nederlands.

De samenvoeging van Blerick, Baarlo en Bree is vanaf het begin minder succesvol geweest. Blerick heeft verscheidene keren geprobeerd zelfstandig te worden, wat niet gelukt is. In 1909 ondernamen burgemeester en wethouders van Venlo voor het eerst een poging om Blerick te annexeren. Uiteindelijk kwam de annexatie tot stand op 1 oktober 1940. Baarlo en Maasbree gingen vanaf die datum tot beider tevredenheid verder als gemeente Maasbree.

Vanaf 1 januari 2010 is gemeente Maasbree geen zelfstandige gemeente meer. De dorpen Baarlo en Maasbree werden kernen van de gemeente Peel en Maas.

Lees meer over de geschiedenis van Maasbree (PDF, 377.5 kB) en Baarlo (PDF, 261.1 kB).

Wapen Maasbree 

Wapen Maasbree en Baarlo

Vlag Maasbree

Vlag Maasbree

Geschiedenis Meijel

Vele jaren heeft Meijel een naam gehad die weinig met cultuur of beschaving te maken had. Van buiten af werd met een bedenkelijk gezicht, soms zelfs zeer afkeurend naar het peeldorp en zijn verleden gekeken. De inwoners van het dorp in de geheimzinnige Peel werden gezien als turfmannen die ver afstonden van de beschaving buiten die Peel. De Meijelse inwoners leefden echter absoluut niet van turf alleen.

Hoewel de Meijelse burgemeester van der Steen in 1854 de Meijelsen al karakteriseerde met “van bijzonderen en goeden aard, rustig en vergenoegd levende”, noteerde pastoor Bussing van Liessel in 1885, dat zij van Limburgsche aard zijn, waarop in geenen deele kan vertrouwd worden. Overigens deed genoemde pastoor deze mededeling aan zijn bisschop en wel op het moment dat Neerkant, geholpen door gelden van enige Meijelsen, een zelfstandige parochie dreigde te worden, waardoor een deel van de Liesselse parochie zou worden afgekoppeld.

Ook anderen oordeelden wel eens hard over Meijel en de Meijelsen, als ze zich benadeeld voelden of als ze rechtvaardiging zochten voor eigen tegenslagen. Inwoners van Helden, vechtend om een turfgebied in de Meijelse Molenpeel, schreven in 1740, dat de Meijelsen dat gebied slechts gebruikten voor de bouw van schaapskooien die meestendeel dienen voor schuijlplaetsen van schelmen en gaauwdieven.

Ook Brabantse bestuurders die rond 1750 tevergeefs zochten naar zwervers en booswichten in de Peel, veroordeelden Meijel tot een plaats alwaar zig altijt veele voornaeme gaauwdieven van tijd tot tijd hebben onthouden. Deken Bistervelt van Weert, gestoord in zijn bezigheden van biechthoren en preken rond de feestdagen van Simon en Judas, zocht in 1717 al naar middelen om die quaedtaerdighe boeren ende peelhaesen van Meijel tam te maecken.

Eigen cultuur

Telkens vind je in de geschiedenis van Meijel echter voorbeelden van oude gebruiken en een eigen cultuur; waaruit hierna enige grepen volgen.
Het inhalen van een nieuwe heer geschiedde steeds volgens oude traditie. De heer werd onder de hoge dorenboom voor de kerk een kruis aangeboden; hij beloofde dan plechtig dat de oude privileges en rechten van de gemeenschap werden gehandhaafd en vervolgens trokken alle aanwezigen met het vaandel om de kerk, waarbij de lofzang Te Deum Laudamus werd gezongen.

Als de heer van Meijel met de schepenen een wandeling langs de grens maakte, stopte hij heel bewust op de hoekpunten, bij St. Willibrordusput, Vorckmeer (nu Helenaveen), Kellerbergh, Haenenbergh, Mussenbergh, enz. Dan werd in stappen de afstand tot de toren in Meijel uitgedrukt. Een jongen werd er bij gehaald, meestal een jonge scheper (schaapherder) die in de buurt was. Deze jongen kreeg op het grenspunt een klap tegen zijn hoofd, zodat hij vele jaren later nog precies zou kunnen zeggen: Op deze plaats is een grenspunt, want hier gaf de heer mij een klap tegen het hoofd. Op die grenspunten werd bijna jaarlijks samen met de bestuurders van Deurne en Helden/ Kessel de oude grensbeschrijving gelezen.
Het geheugen van onze voorouders was bijzonder goed, als we de verhalen over lange jaren mogen geloven. Toch gebruikte men soms aparte geheugensteuntjes. Bij het opmaken van een testament of het afsluiten van een contract wierp men wel een brok boter tegen het plafond, zodat de vlek steeds de herinnering zou opfrissen.
 
De vroegere Meijelse boertjes bezaten - een paar families enigszins uitgezonderd - slechts weinig aan grond, huis of dieren. In hun onderlinge handel volgden ze echter allerlei regels. Bij openbare veilingen werd gemijnd volgens algemeen gebruik: er werd een kaars aangestoken, bij opbod riepen de kopers mijn (mijnen) en degene die bij het uitgaan van de kaars het laatst mijn had geroepen was de koper. En dan vermelden de oude teksten de helmelinge, waarbij de verkoper door het overgeven van een strohalm aan de nieuwe eigenaar, duidelijk maakte, dat hij afstand deed van zijn bezit. Daarna volgde meestal een bedankje voor de prompte betaling. 

Verenigingen

Al voor 1600 was er in Meijel een schutterij. De leden schoten op een papegaai, dat wil zeggen op een houten vogel op een lange staak. Die staak is duidelijk ingetekend op de oudst bekende Meijelse kaart uit 1597, op schietoord de Donck, nabij het Hagelkruis. De hiervoor genoemde schutters waren, naar het zich laat aanzien, verenigd in een broederschap of vereniging, waarvan St. Antonius de patroonheilige was. Deze heilige was na St. Nicolaas de tweede patroonheilige van Meijel en ter ere van hem bezat de oudste Meijelse vereniging een zijaltaar in de kerk, toen die rond 1600 bevorderd was tot een volwaardige kerk. Vanuit die broederschap groeide de aandacht voor samenwerking van de leden, financiële hulp en onderwijs. De kapelaan en de koster kregen jaarlijks immers van de broederschap een bedrag voor het verzorgen van onderwijs. In de achttiende eeuw kwamen pas de fulltime onderwijzers, onder wie Math. Hermans uit Sevenum.

Samenwerking in klein verband bestond er steeds. In de zestiende eeuw was de gemeente verdeeld in een zestal pachteenheden, elk met een aantal landerijen en boerderijtjes: Schuere, Venne, Luttel Meijel, Bosch, Kalles en Elsbroeck. Deze pachteenheden waren gegroeid uit de oude “hoeven”, d.w.z. ontginningen van een klein gebied. Deze eenheden groeiden gedeeltelijk uit tot latere dorpswijken. “Verenigingen” worden naast de Schepenbank, het Kerkbestuur, de Armentafel en de dienaars van St. Antoniusaltaar niet aangetroffen. In de negentiende eeuw kwamen er nieuwe, waarvan vooral de kerkelijke broederschappen (van de Rozenkrans, Allerheiligst Hart, H. Maagd Maria, H. Familie, Sint Aloysius) veel leden hadden. Bovendien werden toen gemeentelijk verenigingen in het leven geroepen: de nachtwacht, het brandweergezelschap.

Nadat rond de laatste eeuwwisseling de boeren elkaar vonden in verschillende belangenorganisaties, ontstonden ook andere verenigingen. Imkers, tuinders en werklieden richtten hun organisaties op direct na de Eerste Wereldoorlog, toen ook schutterij St. Nicolaas en Fanfare Eendracht (beide 1919) en voetbalvereniging RKMSV (1921) ontstonden. Voor toneel, sport, zang, gezondheidszorg, enz. kwamen georganiseerde groepen, zodat er nu een scala van meer dan honderd verenigingen en stichtingen is.

Wapen

Wapen van Meijel

Op 28 juli 1819 werd, bij Koninklijk Besluit, bevestigd dat de gemeente Meijel in het bezit is van het navolgende wapen: Een schild van azuur, beladen met het beeld van St. Nicolaas van goud. Het geheel staat op een wolkje/ terras. Sint, kinderen en terras hebben een gouden kleur met daaromheen het schild van azuur (hemelsblauw), soms het symbool van rijkdom en lucht. Dit wapen is gebaseerd op het oude Meijelse Schepenbankzegel. In Meijel was voor 1483 al sprake van scholtis en schepenen der dingbank Meijel. Zij gebruikten een zegel, dat vermeld wordt voor een akte van 21 april 1534, maar waarvan het oudst bewaarde exemplaar dateert van 14 oktober 1710. Dat schepenbankzegel toont St. Nicolaas, patroon van de Meijelse kerk, die in zijn linkerhand een binnenwaarts gekeerde kromstaf houdt en zijn rechterhand over drie naakte jongelingen in een kuip uitstrekt, terwijl rechts van de heilige een mand met drie broden staat.

Vlag

Vlag van Meijel

In de vergadering van 13 juni 1966 heeft de Raad van de gemeente Meijel, met advies van de Hoge Raad van Adel, de gemeentevlag vastgesteld, waarvan de beschrijving luidt: Rechthoekig, waarbij de hoogte zich verhoudt tot de lengte als 2:3, verticaal over het midden verdeeld in twee even grote banen, aan de broekzijde blauw, aan de andere zijde geel; in het blauwe vak 3 gele turven, boven elkander geplaatst. Vlag en wapen stemmen overeen, omdat in beide dezelfde kleuren (goud/ geel en blauw) voorkomen en omdat in beide de turven voorkomen. Met de turven worden zowel peelwerk van voorheen als kinderen aangeduid.

Logo

Logo van Meijel

Het logo is strak vormgegeven en het Meijelse gemeentewapen is daarin terug te vinden: de Mijter en staf van St. Nicolaas en de drie kinderen in de kuip, die in zijn vormgeving weer een verwijzing geeft naar de drie turven die in de Meijelse vlag voorkomen. Het logo is uitgevoerd in de kleuren blauw en geel.

Meijelse taal

Eén van de bijzonderheden van Meijel is zijn taal of dialect. Door een eeuwenlange geïsoleerde ligging tussen moeras en Peel, ver van buurtdorpen af, heeft Meijel een dialect ontwikkeld, dat een heel eigen plaats heeft tussen de aangrenzende Limburgse dialecten en die van Oost-Noord-Brabant. Ook politiek gezien heeft de plaats lang in een uithoek gelegen. Meijel heeft geen deel uitgemaakt van de Republiek der Zeven Provinciën; buurgemeente Deurne bijvoorbeeld wel.

In de achttiende eeuw lag Meijel in Oostenrijks Gelder, terwijl buurtgemeente Helden tot Pruisisch Gelder behoorde. Met Helden heeft Meijel eeuwenlang geruzied over turfgronden tussen de beide gemeenten in, hoewel Brabanders en Limburgers (o.a. uit Helden) met elkaar huwden en in Meijel gingen wonen.

Al deze factoren hebben ertoe geleid dat Meijel een dialect heeft met heel eigen kenmerken en dat er grote verschillen bestaan tussen het Meijels en het Heldens en Roggels dialect. De aansluiting bij de Peellandse dialecten uit het Brabantse is groter dan die bij de Limburgse.

In Meijel verkort men de klanken meer dan bijvoorbeeld in buurgemeente Helden. Het zangerige, dat men wel eens het meest typisch Limburgse kenmerk noemt, heeft het Meijels veel minder dan de Limburgse buurtdorpen.

Door een deel van de bevolking wordt dit Meijels dialect nog gesproken. Maar in de loop van de tijd is het wel al wat veranderd. Woorden als “taaftere” voor namiddag, “teule” voor ploegen, “nobber” voor nabuur hoort men niet meer.

De invloed van een veranderende maatschappij en het Algemeen Nederlands kan men ook hier merken. De Meijelse taal had veel unieks, wat vastgelegd is in een Meijels woordenboek. Samengesteld door Herman Crompvoets en uitgebracht door Heemkundevereniging “Medelo”. (ISBN 90 6507 111 3).