Voor ieder kind moet er een plek op school zijn

Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden. Dit heet passend onderwijs. Deze vorm van onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt.

Doorontwikkeling passend onderwijs in de praktijk

De Wet passend onderwijs is onder het kabinet Rutte II ingevoerd. Sindsdien is veel in gang gezet en zijn er positieve resultaten behaald. Er wordt meer samengewerkt tussen regulier en speciaal onderwijs;  er is meer aandacht voor thuiszitters en scholen zijn intensiever op zoek naar hoe zij een passend aanbod kunnen bieden voor elke leerling. Dit betekent niet dat alles overal goed loopt. Passend onderwijs is nog in ontwikkeling. Dit geldt zeker in combinatie met de gelijktijdige invoering van de transities van de jeugdhulp en de zorg, die sterk samenhangen met passend onderwijs. Deze nieuwe stelsels moeten zich nog verder doorontwikkelen en veranderde werkwijzen moeten beter op elkaar aansluiten. Dat kost tijd. Extra inzet van alle betrokkenen blijft nodig om ervoor te zorgen dat alle leerlingen een zo passend mogelijke plek in het onderwijs krijgen: leraren, scholen, ouders, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden, gemeenten, de landelijke organisaties en het Rijk.

Hier doen we het uiteindelijke allemaal voor!

Een mooi praktijkvoorbeeld uit Peel en Maas is het verhaal van Bo Kort. Bo is een vrolijke jongen van 11 jaar en heeft het Syndroom van Down. Net als alle andere dorpsgenootjes gaat Bo met veel plezier naar basisschool De Diamant in Baarlo.

Goede samenwerking

Waar voorheen alles landelijk aangevraagd moest worden via  een ingewikkelde vragenlijst waarin geturfd werd of een kind in aanmerking kwam voor ondersteuning gaat dat nu door de invoering van passend onderwijs gelukkig anders. Door goede samenwerking tussen de basisschool, de ouders, Daelzicht en de gezinscoach van de gemeente kan Bo regulier basisonderwijs volgen.
Al vanaf de peuterspeelzaal zijn twee ambulant begeleiders betrokken bij de zorg rondom Bo. En nog steeds zijn deze begeleiders betrokken  in zowel de thuissituatie als op school. Vooral de communicatiemethode ‘Leespraat’ zorgt voor een gekoppelde kindgerichte aanpak. Thuis en school blijven op deze manier verweven, waardoor Bo stappen kan blijven maken en het geen eilandjes zijn.

Kind staat altijd voorop

De samenwerking is gestart bij de ouders van Bo en de gezinscoach van de gemeente Peel en Maas. Een gezinscoach is iemand met veel ervaring in het begeleiden van jeugdigen en hun ouders. Zij hebben daarnaast ook een grote deskundigheid op het gebied van gezinnen met een kind met een beperking. Het belang van het kind staat altijd voorop. Daarnaast bekijkt een gezinscoach vanuit mogelijkheden in plaats van de onmogelijkheden.

Ik mag er zijn…

Naast de ouders van Bo en de gezinscoach is basisschool de Diamant in Baarlo ook een belangrijke partij in de samenwerking. De basisschool werkt met de kernwaarden ‘Ik mag er zijn, ik mag het verschil maken, ik mag het zelf doen, ik mag groeien en bloeien, ik mag bezig zijn met morgen, ik schitter op mijn eigen manier‘. Het uitgangspunt hierbij is dat ieder kind zich veilig voelt en zich optimaal kan ontwikkelen. Dit geldt natuurlijk ook voor Bo.

Het was belangrijk dat samen met de ouders van Bo zijn onderwijsbehoeften goed in kaart werden gebracht. Daarnaast is het structureel in gesprek blijven met alle andere betrokken professionals noodzakelijk. Ieder vanuit zijn expertise om samen te kijken naar de ontwikkeling van dat moment en vooruitkijkend wat Bo nodig heeft om zich verder te ontwikkelen vanuit kansen en mogelijkheden. Dit snelle, makkelijke en goede contact zorgt ervoor dat er adequaat op interesses en/of eventueel veranderende behoeften van Bo ingespeeld kan worden. In een handelingsplan, dat samen is opgesteld, heeft iedereen de doelen duidelijk voor ogen. Zo is het mogelijk om de activiteiten op elkaar afgestemd te houden. Hierbij wordt geprobeerd zoveel mogelijk aan te sluiten bij doelen/lessen van de klas. Dus ‘gewoon’ waar het kan en ‘speciaal’ als het moet. Vertrouwen in elkaar is hierbij het sleutelwoord. Door deze vorm van passend onderwijs ervaart het gezin veel meer rust omdat alles soepel loopt, duidelijk is en meer structuur geeft.

Meedoen in de maatschappij net als ieder ander

Bo heeft enorm veel sociale contacten die het hem mogelijk maken om in de lokale gemeenschap op te groeien. Hij kan in de gemeenschap blijven waar hij het meest van anderen kan leren en van kan profiteren. Bo zit bij Jong Nederland met sommige klasgenootjes. Hij geniet hier enorm van en kan zich ontplooien. De ouders van Bo zien hem het liefst zo volledig mogelijk meedoen in deze maatschappij. Dezelfde gemeenschap/maatschappij waar hij later ook in zal moeten meedraaien. De samenwerking op het gebied van passend onderwijs is een belangrijke stap om dit toekomstdoel te bereiken.